wijzigingen inkomstenbelasting 2013

Partnerbegrip met terugwerkende kracht gerepareerd Vanaf 2012 is er ook bij samengestelde gezinnen sprake van partnerschap. Voor zowel de inkomstenbelasting als de toeslagen geldt dat bij samengestelde gezinnen uitsluitend meerderjarigen partner kunnen zijn (reparatie met terugwerkende kracht door Belastingplan 2014).

Alleen nog heffingskorting en box 3-vrijstelling voor groene beleggingen Gedurende 2012 is besloten om niet alle heffingskortingen voor in box 3 vrijgestelde beleggingen af te bouwen. De heffingskorting voor groene beleggingen (0,7% van de in box 3 vrijgestelde groene beleggingen) en de daarvoor geldende box 3-vrijstelling zijn per 2013 gelijk gebleven  maar de heffingskortingen voor sociaal-ethische beleggingen, culturele beleggingen en beleggingen in durfkapitaal zijn helemaal vervallen alsmede de box 3-vrijstellingen.

Premieplicht en heffingskortingen Bij premieplicht over een gedeelte van het jaar wordt het premie-deel van de heffingskorting verminderd naar rato van het aantal dagen premieplicht. Als een niet-verdienende fiscale partner niet premieplichtig is (en dus geen recht heeft op de premie-delen van de heffingskortingen) kan toch uitbetaling van de gehele (algemene) heffingskorting volgen.

Overdraagbare algemene heffingskorting Het aan de minstverdiende partner overdraagbaar bedrag wordt sinds 2009 afgebouwd en is voor 2013 vastgesteld op maximaal € 1.334. Op grond van een overgangsregeling kan in 2013 ten hoogste € 1.468 worden overgedragen als de minstverdiende partner tussen 1-1-1963 en 1-1-1972 is geboren of als er in het huishouden kinderen van 5 jaar of jonger aanwezig zijn

Arbeidskorting voor 2013 nog meer inkomensafhankelijk De arbeidskorting was al inkomensafhankelijk maar wordt vanaf 2013 sneller afgebouwd waardoor meer mensen (uiteindelijk) te maken krijgen met een correctie bij de IB-aangifte Afbouw begint vanaf een arbeidsinkomen boven de € 40.248 (voor 2012 was dit nog € 45.178); voor arbeidsinkomen boven dit bedrag wordt een korting van 4% toegepast met een maximum van € 1.173 (voor 2012: € 78) waardoor de maximale korting van € 1.723 kan worden verminderd tot € 550 bij een arbeidsinkomen van € 69.573. De IB-correctie komt voort uit een te hoge (geautomatiseerde) toekenning door de werkgever bij bijzondere beloningen (bonussen e.d.) of meerdere werkgevers.

Werkbonus vervangt doorwerkbonus De tot 67 jaar geldende doorwerkbonus is per 2013 vervangen door de werkbonus. Er bestaat recht op de werkbonus tussen 60 en 64 jaar (geboren in 1949, 1950, 1951 of 1952) en vanaf een arbeidsinkomen hoger dan € 17.139, maar niet hoger dan € 33.326. Het maximum bedraagt slechts € 1.100 ; de doorwerkbonus leverde meer op bij leeftijden tussen 62 en 63 jaar (maximum € 2.873) en 63 en 64 jaar (maximum € 4.070) én liep zoals bovengenoemd door tot 67 jaar.

Uitbreiding ouderenkorting Vanaf 2013 bestaat ook bij een verzamelinkomen boven € 35.450 recht op een korting van € 150.

Tijdelijke heffingskorting (vroeg)gepensioneerden Voor 2013 tot en met 2015 geldt een aanvullende heffingskorting voor gepensioneerden jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd (voor 2013: geboren na 30 november 1948) bij wie de werkgever een Zvw-bijdrage moet inhouden. Het moet gaan om loon in de vorm van een VUT-uitkering, een prepensioen, een vroegpensioen, een tijdelijk overbruggingspensioen of een vervroegd ouderdomspensioen. In 2013 bedraagt de maximale heffingskorting 1% van de uitkering met als maximum € 182. De tijdelijke heffingskorting kan niet worden geclaimd in de IB-aangifte en mag maar door één werkgever worden toegepast. Als sprake is van meer dan één werkgever die een dergelijk loon uitkeert, verrekent de Belastingdienst het restant van de heffingskorting in de inkomstenbelasting met bijvoorbeeld een andere (prepensioen)uitkering.

Levensloopverlofkorting De levensloopregeling is per 1 januari 2012 afgeschaft maar de in het verleden opgebouwde levensloopverlofkorting is blijven bestaan voor deelnemers die op 31 december 2011 een positief saldo op hun levensloopregeling hadden. Deelnemers aan de levensloopregeling die op 31 december 2011 een saldo van minimaal € 3.000 hadden staan, kunnen met de levensloopregeling doorgaan. Bij een nieuwe inleg wordt echter geen levensloopverlofkorting meer opgebouwd.

Aftrek hypotheekrente en KEW/SEW/BEW De regeling voor renteaftrek bij nieuwe leningen voor de eigen woning is veranderd. Het recht op renteaftrek geldt alleen nog voor een (hypothecaire) lening die volledig wordt afgelost in maximaal 30 jaar, en ten minste annuïtair is (maandelijks een vast bedrag aan rente en aflossing). Bestaande hypotheken, kapitaalverzekeringen eigen woning (KEW), spaarrekeningen eigen woning (SEW) en beleggingsrekeningen eigen woning (BEW) worden eerbiedigd en voor bepaalde knelpunten zoals de starterslening zijn goedkeuringen getroffen.

Provisieverbod Provisie betaald aan tussenpersonen is vanaf 2013 niet langer aftrekbaar.

Wijziging bijleenregeling Vanaf 2013 geldt de bijleenregeling niet bij vererving tussen partners en kan geen keuze meer worden gemaakt voor de toerekening van de eigenwoningreserve.

Restschuld vroegere eigen woning Hebt u na 28 oktober 2012 uw woning verkocht? En had u als gevolg daarvan een restschuld? Dan zijn de rente en kosten daarvoor aftrekbaar. Dit geldt alleen voor de restschuld van een (hypothecaire) lening voor de woning die uw hoofdverblijf was.

NB: De grens van 29 oktober 2012 geldt niet voor de eenmalige schenkingsvrijstelling; daarvoor is bepaald dat de schenking op elke restschuld voor een vroegere eigen woning betrekking kan hebben.

Aftrek hypotheekrente als u tijdelijk 2 woningen had De verruiming van de periode van 2 naar 3 jaar voor de aftrek van hypotheekrente voor een eigen woning (het moet gaan om een woning die als hoofdverblijf ter beschikking stond/zou staan) die (tijdelijk) leeg staat, is verlengd en geldt ook voor 2013.

Herleven hypotheekrenteaftrek na tijdelijke verhuur voormalige eigen woning Ook de regeling voor het herleven van de hypotheekrenteaftrek na tijdelijke verhuur van een voormalige eigen woning is verlengd. De hypotheekrente kan nog worden afgetrokken tot maximaal drie jaar na het kalenderjaar waarin de woning is verlaten.

Studiekosten De aftrek van scholingsuitgaven (studiekosten) is per 2013 beperkt tot de verplichte en noodzakelijke kosten van de opleiding. De drempel voor studiekosten is verlaagd van € 500 naar € 250. Er is een aparte regeling als in 2012 recht op studiefinanciering bestond voor het studiejaar 2012/2013 )

Specifieke zorgkosten Met ingang van 1 januari 2013 zijn de volgende posten én eigen bijdragen die uit het basispakket Zvw volgen niet meer aftrekbaar als specifieke zorgkosten

  • uitgaven voor een ivf-behandeling voor een vrouw van 43 jaar of ouder;
  • uitgaven voor de eerste twee ivf-behandeling voor een vrouw jonger dan 38 jaar, als meer dan één embryo per poging wordt teruggeplaatst;
  • uitgaven voor een elleboogkruk, een gipssteun, een looprek, een okselkruk, een onderarmschaalkruk, een rollator of een loophulp met drie of vier poten.

Voor 2013 is de dieetkostentabel flink gewijzigd

Monumentenaftrek Als kan worden aangetoond dat er vóór 1 januari 2012 onherroepelijke betalingsverplichtingen zijn aangegaan, waarvan de betaling pas in 2013 is gedaan, kan alleen voor de onderhoudskosten nog een beroep worden gedaan op de oude regeling. De onderhoudskosten zijn dan voor 100% aftrekbaar, rekening houdend met een drempel van 0,8% van de WOZ-waarde als het monument een eigen woning is. In andere gevallen is de drempel 4% van de WOZ-waarde

Tarieven e.d. Het tarief in de eerste schijf is verhoogd van 33,10% naar 37%, voor de tweede schijf is het tarief met 0,05% verhoogd naar 42%.

De MKB-winstvrijstelling is verhoogd van 12% naar 14%. De terbeschikkingswinstvrijstelling blijft 12%.

De Research en Development Aftrek is voor 2013 verhoogd van 40% naar 54% van de door Agentschap NL vastgestelde kosten en uitgaven die direct toerekenbaar zijn aan speur- en ontwikkelingswerk dat is erkend in een S&O-verklaring.

Kamerverhuurvrijstelling Deze vrijstelling is voor 2013 op € 4.536 gesteld

Inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) Vanaf 2013 houden werkgevers geen inkomensafhankelijke bijdrage Zvw meer in maar betalen deze bijdrage in de meeste gevallen rechtstreeks aan de Belastingdienst via een werkgeversheffing. Bij een pensioen of een uitkering wordt de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw meestal nog wel ingehouden door de uitkeringsinstantie. Het door de werkgever betaalde aandeel kan niet meer worden teruggevraagd, ook als er over meer dan het maximum is ingehouden.

Tijdelijke premieplicht De tijdsevenredige herrekening van het premie-inkomen is vervallen. Het premie-inkomen wordt nu verminderd met inkomen dat tijdens of buiten de premieplicht in het buitenland onder een verzekering valt. Vervolgens volgt nog vergelijking met een tijdsevenredige vermindering van het maximum premie-inkomen.

Heffingsrente vervangen door belastingrente Per 1 januari 2013 is de renteregeling gewijzigd. De belastingrente vervangt met ingang van belastingjaar 2012 de heffingsrente. De periode waarover de Belastingdienst rente berekent, is veranderd. Belastingrente wordt berekend vanaf 1 juli. Dit was 1 januari. Voor het belastingjaar 2013 dus vanaf 1 juli 2014. Dit geldt ook als de Belastingdienst rente vergoedt. Door de verandering van de renteperiode wordt minder rente berekend en wordt meestal geen rente meer vergoed. Voor de belastingrente wordt aangesloten bij de wettelijke rente.

Toeslagen Er geldt vanaf 2013 een vermogenstoets voor zorgtoeslag en kindgebonden budget Deze vermogenstoets sluit aan bij het heffingvrij vermogen in box 3 + € 80.000 (bedrag 2013) en wijkt dus af van de vermogenstoets voor de huurtoeslag.

Dit bericht is geplaatst in Nieuwtjes. Bookmark de permalink.